Het werkingsoordeel van een pippet is voornamelijk gebaseerd op de beweging van de pistons en het genereren van vacuüm of druk. Pippetten kunnen worden verdeeld in twee categorieën: gaspistonsystemen en externe pistonsystemen. Hieronder een gedetailleerde uitleg:
1. Gaspistonsysteem. Dit type systeem bevat lucht erin, en wanneer de controleknop wordt ingedrukt, zal de piston een deel van de lucht uit de pipet duwen, waardoor er een vacuüm in de zuigkop ontstaat om vloeistof op te zuigen. Nadat de knop wordt losgelaten, wordt de vacuümbuis gevuld met vloeistof, die in de zuigkop wordt gezogen en vervolgens door het naar beneden duwen van de piston wordt afgevoerd. Extern pistonsysteem. De piston in dit systeem komt direct in contact met de doelvloeistof. Wanneer de piston omhoog wordt getrokken, drukt de atmosferische druk de vloeistof in de zuigkop.
Daarnaast kan de capaciteit van de pipet worden ingesteld door de volumeregelaar van de pipet aan te passen. De nauwkeurigheid van een pipet hangt ook af van zijn ontwerp, zoals de elasticiteit van de veer, wat de zuig- en afvoerkapaciteiten van de pipet bepaalt.